[Home] Natuurgebied het Dijkwater

[Excursies]

Tussen Dreischor en Sirjansland ligt aan de noordkant van het eiland Schouwen Duiveland het natuurgebied "Het Dijkwater". Het Dijkwater bestaat uit een voormalige vaargeul, zanderige oeverlanden en hogere schorgronden. Het gebied is in de bovengrond ontzilt.
Op verschillende plaatsen zijn de zoutinvloeden nog duidelijk zichtbaar.

Het Dijkwater is ontstaan in 1288 toen tijdens de St. Aagtenvloed Sirjansland werd afgezonderd van Dreischor. Het Dijkwater stond direct in verbinding met de Grevelingen. Schippers konden via het Dijkwater tijdens hoogwater de landbouwhaventjes "de Staart", "Stevensluis", "Nieuwe Veer" en "Beldert" bereiken. Gedurende een lange tijd werden op deze wijze diverse landbouw producten van en naar Schouwen Duiveland verscheept.

Tijdens de watersnoodramp van 1953 ontstonden er verschillende gaten in de dijken rond het Dijkwater. Deze gaten zijn alle nog in datzelfde jaar gedicht. De restanten van de zuidelijke doorbraken bij Sirjansland, ter hoogte van de Weg door het Dijkwater en iets ten oosten van Stevensluis, zijn vandaag de dag nog steeds zichtbaar. In 1954 werd het Dijkwater definitief van de Grevelingen afgesloten door de aanleg van een nieuwe dijk.
Tijdens de herverkaveling die daarop volgde zijn de noordelijke dijken, richting Dreischor, grotendeels afgegraven.

De betonnen Muraltmuurtjes die op de dijk bij Sirjansland, maar ook elders op Schouwen Duiveland, nog zichtbaar zijn, danken hun naam aan hun ontwerper, ir. R. L. L. de Muralt van het waterschap Schouwen Duiveland. De Muraltmuurtjes en betonnen dijkglooiingen vormden destijds een belangrijke verbetering in de strijd tegen het water.

Van de drooggevallen gronden zijn de hoogste delen, de voormalige schorren, ontgonnen en in cultuur gebracht. Dit zijn thans goede landbouwgronden. De gronden van mindere kwaliteit en het water in de oude vaargeulen vormen nu een natuurgebied van allure. Dit ruim 130 ha metende natuurgebied wordt beheerd door Staatsbosbeheer.
De hogere schorgronden zijn, voor zover niet in landbouwkundig beheer van derden, ingeplant met bomen. Het beheer is gericht op instandhouding van de opstand en niet op de productie van hout. In het bos komt veel hout voor.
Echter, dood hout leeft. Veel insecten en zeker ook veel vogels varen wel bij dood hout. Het bos en de directe omgeving vormt het leefgebied van van bijvoorbeeld de groene en grote rondbonte specht, de steenuil, de ransuil, de boomvalk, de torenvalk, de buizerd en de kiekendief. Ook andere vogels zoals de wielewaal, de de staartmees en de pimpelmees zijn er te vinden. Verder geeft het bos de nodige dekking aan ree, konijn, haas, fazant, houtduif, houtsnip, bunzing en hermelijn.

De zanderige oeverlanden zijn nat en kalkrijk en bevatten van nature weinig voedingsstoffen voor planten. Deze terreinen zijn begroeid met kruiden, grassen, biezen en zegge soorten van schraal grasland.
Op deze terreinen wordt een zo groot mogelijke verscheidenheid van planten nagestreefd. Dit wordt ook wel botanisch beheer genoemd. Deze doelstelling wordt grotendeels gerealiseerd door de inzet van vee. Het vee zorgt ervoor dat de vegetatie kort wordt gehouden en omdat er geen kunstmest wordt gestrooid krijgen veel karakteristieke en zeldzame planten van schraalgrasland een kans zich te vestigen. enkele belangrijke soorten zijn bijvoorbeeld Harlekijn Orchis, Rite- en Moeraswespenorchis, Bijenorchis, Addertong, Ratelaar, Kamgras en zegge soorten.
Op andere plekken wordt het terrein na het uitbloeien van de planten gemaaid en gehooid, zodat genoeg zaad voor het volgende jaar is gevallen. Hier wordt geen vee voor beweiding ingezet. Dit gebeurt op kleine schaal, omdat deze procedure een zeer kostbare beheersmaatregel is.
Een groot voordeel is dat de planten goed zichtbaar zijn, omdat ze niet worden opgegeten door het vee. Hiervan kunnen vele insecten, vlinders en natuurlijk ook de mens profiteren.

Het water in de plassen en de geul is licht brak en wordt door stuwen zo lang mogelijk op peil gehouden. In droge zomers kan het peil tot 0,5m onder het stuwpeil zakken. In het gebied komt nagenoeg geen water afkomstig uit de landbouwgronden binnen. Resten van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen worden zo buiten het gebied gehouden. In het gebied is een beroepsvisser actief. 
Het water vormt rust en foerageergebied voor watervogels. Er zijn soms grote aantallen vogels op het water te zien, waaronder fuut, dodaars, geoorde fuut, tafeleend, wilde eend, smient, ijsvogel, grauwe gans, rotgans, lepelaar, kleine zilverreiger, roerdomp en flamingo.

Wandelen door het gebied is uiteraard ook mogelijk. Het gebied is op een gemarkeerde wandelroute van 4,5 km door het zuidwestelijke vrij te beleven. De wandeling heeft zowel een natuur als cultuurhistorisch karakter. De route loopt langs de oude vaargeul en over het restant van de voormalige noordelijke zeedijk. In de route is een bezoek aan kaasboerderij "De Stolpe" opgenomen.Vervolgens loopt de route langs de voormalige landbouwhaventjes Stevensluis en Nieuwe Veer richting Beldert bij Dreischor. Door middel van een gluurmuur wordt zicht op de geul geboden zonder dat verstoring van vogels hoeft op te treden.

De route begint aan de knotwilgendreef langs de Weg door het Dijkwater en bij kaasboerderij "De Stolpe". In verband met het vee zijn honden niet toegestaan. Verder worden er regelmatig rondleidingen door het gebied gegeven. Het voormalige landbouwhaventje "De Staart" is na het afdammen van het Dijkwater grotendeels gesloopt en gedeeltelijk vol gestort met hoofdzakelijk huishoudelijk afval. Daarna is het geheel ingeplant met bomen en struiken. 

De contouren van het haventje, de loswallen, de Muraltmuurtjes en de restanten van het spui zijn bewaard gebleven. Dit cultuurhistorisch element kan nog in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht, omdat veel detail nog in de herinnering van een aantal bewoners aanwezig is. In het kader van het project plattelandsvernieuwing Schouwen Duiveland kan, met de plannen van Staatsbosbeheer, het waterschap Zeeuwse Eilanden en een plaatselijke veehouder, middels het aanpassen van de Noorddijk en middels begrazing met runderen, het haventje "De Staart" zeker bijdragen aan recreatief medegebruik. Daartoe hebben studenten van het Groen College Goes een herstelplan voor het haventje en de omgeving opgesteld. Het plan voorziet in het zoveel mogelijk in de oude staat terugbrengen van het voormalige landbouwhaventje en de omgeving. Ook is het dorpsbosje bij Sirjansland in het plan betrokken. Hier liggen mogelijkheden voor het aanleggen van een vleermuiskelder en het maken van een waterpartij met wandelmogelijkheden.  

Het slikkengebied te noorden van Sirjansland aan de Grevelingen is ontstaan na het afsluiten van de Grevelingen in 1971 door de aanleg van de Brouwersdam. Het gebied is ongeveer 10 ha. groot en laaggelegen. daardoor overstroomt het regelmatig met zout Grevelingen water en behoudt het slikkengebied haar zoute karakter. Het gebied vormt een rustig foerageergebied voor watervogels en is daarom niet toegankelijk. Vanaf de dijk zijn met een verrekijker echter wel de talloze soorten vogels uitstekend te observeren. Op deze plek is in de herfst met enige regelmaat ook de slechtvalk te bewonderen.

[Terug naar Hoofdpagina]

2007 Sirjansland.info